Jan Greven

Het denken blijft doorgaan

Maand: november 2017

In memoriam Gerard Dekker

Vorige week plaatste ik op deze site een bespreking van Verlicht geloof van godsdienstsocioloog Gerard Dekker. Het was een eindbalans van zijn geloof. Hoe geloofde hij? Wat geloofde hij (nog)? Het was letterlijk een eindbalans. Maandag 27 november is Gerard (86) na een korte ziekte overleden. De email waarin ik hem attent maakte op mijn bespreking heeft hij niet meer gelezen. Hij lag toen al op de Intensive Care van het ziekenhuis. Jammer. Gerard had graag dat je, eens of oneens, reageerde op wat hij schreef. Naar aanleiding van mijn recensie zou hij me zeker gebeld hebben en me hebben uitgenodigd voor een nagesprek bij hem thuis. Daar zou hij mij aandachtig aangehoord hebben om me daarna vriendelijk en vasthoudend uit te leggen waarom hij had geschreven wat hij had geschreven.

De laatste keer dat we elkaar zagen, in mei van dit jaar, praatten we over Verlicht geloof dat toen op punt van verschijnen stond. Maar ook over zijn gezondheid (die goed was) en het permanente, stapje voor stapje, achteruitgaan. In tegenstelling tot vroeger toen het niet bon ton was om over je gezondheid te praten tenzij er echt iets heel ergs was, is gezondheid een onderwerp als mannen op leeftijd elkaar treffen. Dat komt natuurlijk door de dood die steeds dichter bij ons komt.

Gerard sprak er nuchter over. Hij zat nog iedere dag in zijn studeerkamer waar alles piekfijn op orde en opgeruimd was. Beschouwde Verlicht geloof wel als zijn laatste boek, maar hield een slag om de arm. Over dood en sterven had hij lang nagedacht. Sterven hoort bij leven. Onvermijdelijk. Aftakeling, daar maakte hij zich meer zorgen over.

Gerard had altijd iets op het oog. Iets dat hij wilde uitzoeken. Een stelling, een probleem. Vaak iets sociologisch, zoals de vraag of de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt de zelfde ontwikkeling doormaken als de Gereformeerde Kerken waarvan zij zich in 1944 met veel lawaai en ruzie afscheidden. Alleen dan vijftig jaar later. Hij vond van wel en schreef er een boekje over. Hij hield van zijn vak, de godsdienstsociologie. Maar meer nog hield hij van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. En niet zonder reden. Bonhoeffer wees hem de weg om zijn geloof vast te houden. Om te blijven geloven. En Gerard zou Gerard niet zijn geweest als hij daar de buitenwereld niet over had verteld in het ene boek na het andere. Onderzoek alle dingen en wees trouw aan jezelf. Zo was Gerard. Ik zet hem bij op mijn eigen kerkhof. Bij al die andere doden die daar al liggen. Ook hem zal ik missen.

Jacobine op zondag – Hoe ga je verder na het overlijden van je kind?

Afgelopen zondag was Jan met het verhaal over Aartje op de televisie (17.10 NPO 2, Jacobine op zondag)

Door op de onderstaande link te klikken kan de uitzending worden bekeken.

https://npo.nl/KN_1693892

Verlicht geloven?

Is geloof nog iets voor deze tijd of is onze cultuur dermate veranderd, dat je niet meer tegelijk modern mens en gelovig kunt zijn? Gerard Dekker (emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit) is er helder over: de combinatie van modern mens en traditioneel geloof is niet langer mogelijk. Daar zijn een paar redenen voor. Dekker somt ze op.

  1. In het traditionele christelijk geloof boog de mens voor God, accepteerde dat de Kerk optrad als hoedster van Waarheid, en boog zich daarom in één adem door ook voor Paus of Synode. Voor dat buigen is de mens te autonoom geworden.
  2. Inhoudelijk ging geloven over eeuwige zaken. Over God, zijn Zoon, de hemel en, niet te vergeten, de zaligheid van de menselijke ziel. Het aardse leven was voorbereiding op een eeuwig bestaan in de hemel bij God. Intussen is de hemel verdampt en de mens, net als alles wat leeft op deze aarde, het (voorlopig) eindpunt van een alles bepalend evolutionair proces.
  3. In onze moderne cultuur draait het om praktisch handelen. Om wat je doet. Om leven en niet meer om leer. In de Kerk daarentegen ging het over eeuwige waarheden als Verkiezing, Verzoening of Voorzienigheid. Tegenwoordig is daar geen interesse meer voor. Ook in de Kerk niet. Ook in de Kerk gaat het in deze tijd om praktische zaken als homoseksualiteit, euthanasie of bewust omgaan met het milieu.

Als godsdienstsocioloog heeft Dekker deze ontwikkelingen in Kerk en cultuur zijn lange leven lang bestudeerd. Met als conclusie: wil een modern mens nog geloven, dan moet hij anders geloven. Hoe dat “anders” er uit ziet, leerde hij van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Bonhoeffer pleitte voor een geloof betrokken op praktisch handelen, geloven was voor hem gehoorzamen. Dekker noemt zulk geloof verlicht in een dubbele betekenis. Verlicht omdat dit geloof enerzijds de Verlichting in zich heeft opgenomen. Waarbij Verlichting staat voor menselijke autonomie en het verdampen van een God in de hemel die ons leven stuurt en leidt. Daardoor is dit geloof ook in een tweede, letterlijke betekenis verlicht, lichter geworden.

Verlicht geloof is gericht op onze alledaagse werkelijkheid. Verlichte gelovigen leven alsof er geen God bestaat. Geloven is voor hen handelen, doen, het doen van Gods wil. Ook de verlichte gelovige bidt en mediteert, maar hij doet dat om praktische redenen, om helder te krijgen wat God van hem wil. Zijn geloof verwijst hem naar de wereld en de naaste.
Daartegenover is het traditionele geloof “een zeker weten”. Lees de Heidelbergse Catechismus er maar op na. Natuurlijk moet dat ‘zeker weten’ ook volgens de Catechismus praktische consequenties hebben maar de nadruk ligt op het weten, het beamen. Bonhoeffer noemt zulk geloof “religie” en dat bedoelt hij niet gunstig. Religie staat voor rust, voor berusting. Het is risicovol, want het kan maken dat je weg kijkt bij onrecht, en vlucht in geborgenheid bij een God die voor je zorgt. Ook als de wereld in brand staat.
Bonhoeffer leefde in een tijd waarin dat laatste het geval was. De Nazi’s waren in zijn vaderland de baas. De verschrikkingen van hun regime vroegen om duidelijke keuzes. Wie de keus voor zich uit schoof en maar berustte, was zo maar meeloper of, ernstiger, medeplichtige. Geloven betekent in zo’n tijd praktische inzet, gehoorzamen. Als je je geloof serieus neemt tenminste. Bonhoeffer deed dat en heeft het met de dood moeten bekopen.

Intussen zijn we sinds zijn dood tweeënzeventig jaar verder en komt, met alle respect voor Bonhoeffer, de vraag op of deze praktische visie op geloof nog aansluit op deze tijd.
In Dekkers vakgebied, de godsdienstsociologie, is de laatste jaren een stoet van studies verschenen over het verschijnsel religie. Religie wordt er in beschreven als iets dat bij de mens hoort vanaf het allereerste begin van zijn bestaan. Onze vroegste voorouders, de nomadische jagers/verzamelaars hadden al goden. Maar na de overgang van die nomadische periode naar de periode van land- en stedenbouw bloeiden de religies pas echt op.
In onze streken, het Westen, ontwikkelde religie zich in leerstellige richting, werd steeds sterker een zaak van God en eeuwigheid. Het lijkt me onjuist, en ook te Westers centralistisch gedacht, om die Westerse manier van denken over religie te zien als hét model van religie. Religie is net zo divers als menselijke culturen divers zijn.
Ik, en van Dekker geldt hetzelfde, ben opgevoed in één strakke variant van de christelijke religie. In die variant lag de nadruk op het Wat van het geloven. Op inhoud en eeuwige Waarheid. Pas na het Wat kwam het Hoe, het doen. Het Wat is intussen goeddeels verdampt. Zo is het Hoe overgebleven en is geloven handelen geworden. Mij is dat te mager.

De laatste tijd besef ik steeds sterker dat ik ben blijven geloven omdat ik dat wil. Ik wil geloven. En met geloven bedoel ik iets ervaren van eeuwigheid. Dat kan op heel verschillende manieren. Bijvoorbeeld in een gedicht. Of in liefde die me geschonken wordt. Of ik ervaar iets van eeuwige welwillendheid als ik een wandel in een zomers bos.. Ik wil blijven geloven in een Kerk die ingebed is in een eeuwige traditie van liefde en zorg. In de symbolen van brood en wijn wil ik de paradox ervaren van Gods Zoon die sterft aan het kruis. Ik wil geloven dat die traditie na mij zal doorgaan zoals ze er voor mij was. Ik wil, nu ik ouder geworden ben, nadenken over al die ervaringen van eeuwigheid en me (jawel heel “religieus”) koesteren in de geborgenheid die deze me geven.

Waarschijnlijk ben ik te zeer een romanticus voor Dekkers geloof. Het is door en door fatsoenlijk, maar voor mij te koel. Misschien wel te helder. Geloven is voor mij een ervaring te midden van raadsels, vaak zelf een raadsel, een rimpeling, en veel te diffuus om te functioneren als uitgangspunt voor een handeling. Want schrijf je dan anderen de waarheid toch weer niet voor?

Gerard Dekker, Verlicht geloof. Geloven in de geest van Dietrich Bonhoeffer.
Uitgeverij Kok € 13, 50

Overbodig?

Ik verstond eerst niet goed wat ze zeiden. Was het nu GVPB of GVBP? Geen van tweeën, zei mijn buurman. Ze zeggen GVVP en dat staat voor Gemeentelijk Verkeers en Vervoers Plan. Wat willen we in de toekomst met verkeer en vervoer in ons dorp? Daar ging het de raadsleden om. Het schiet trouwens op met dat GVVP. De wethouder die er over gaat, mevrouw Boersen, komt binnenkort met een uitgewerkt plan en daar staat alles keurig in. Alles? Of toch niet?

Het was alsof de coalitiepartijen over dat “alles” hun twijfels hadden en hun eigen wethouder op de valreep nog wat wilden meegeven om, vanwege de urgentie, bij voorrang iets mee te doen. Vijf aandachtspunten. Vijf moties. Over een fietspad hier, schoolzones daar, oversteekplaatsen ginds en dertig kilometer zones bijna overal. Van de oppositie hoefde dat allemaal niet zo. Die wil eerst het GVVP afwachten en de wethouder nu niet voor de voeten lopen met in hun ogen overbodige moties.

Dat gaf een eigenaardige situatie. De eigen coalitiepartijen konden niet hardop zeggen dat ze vonden dat hun wethouder wel wat extra input kon gebruiken, terwijl ze die wel gaven.
De wethouder kon op haar beurt niet zeggen dat ze aan geen van die vijf moties behoefte had. Ze kwamen per slot van rekening van haar politieke vrienden. En de oppositie onderstreepte de overbodigheid van de moties door, tegen haar rol als oppositie in, haar vertrouwen in de wethouder en haar GVVP nog eens dik te onderstrepen. Politiek is altijd boeiend, ook al gaat het over fietspaden. De vijf moties werden trouwens allemaal aangenomen.

Waren ze overbodig? Nou, om één was ik in elk geval heel blij en dat was de motie om de Goyergracht Noord onverhard te laten en af te zien van de aanleg van een snelfietsroute. Ik ken het daar goed. Ik loop er vaak met mijn hond. De weg is recht en overzichtelijk en als de hond zich uit de voeten wil maken kan ik hem nog honderden meters volgen. Dat is handig. Maar dat niet alleen. Het is ook zo ongeveer de laatste plek in ons dorp waar al zeker sinds een halve eeuw, afgezien van een paar maneges, niets veranderd is. Zo, met zo’n onverharde weg, moet het vroeger overal geweest zijn. Daarbij komt, dat het zicht op de Sint Vitus van Cuijpers nergens mooier is dan vanaf de Goyergracht Noord. Vooral op zaterdagmiddag om tien voor vijf als de klokken luiden voor de Eucharistieviering die om vijf uur begint. Het gelui rolt over de velden. Het doet me inkeren in mijzelf. Dromerig onderga ik de sfeer en sluit het dorp in mijn hart. Op verkeer hoef ik niet te letten. De Goyergracht zit vol gaten. Auto’s gaan er stapvoets en houden in als ze langs een wandelaar te rijden. Zou dat straks allemaal voorbij zijn vanwege een permanent geëiste alertheid in verband met wielrenners en elektrisch aangedreven bejaarden die net iets te hard fietsen? Ik moet er niet aan denken en was blij met de motie. Overbodig of niet.

© 2017 Jan Greven

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: