Jan Greven

Het denken blijft doorgaan

Maand: december 2012

Waarom is december zo’n moeilijke maand?

Kerstboomlopik

Open haard. Glas wijn erbij – geniet, maar drink met mate. Gordijnen dicht. De buitenwereld buitengesloten. Melancholie. Denken aan vroeger. Maar alleen gefilterde herinneringen mogen binnen. Herinneringen aan vroeger als de tijd van peilloos goed en niks aan de hand.

Ik weet het: wegkruipen in een cocon, een deksel over het verdriet met hulp van verdringing en een goed glas wijn, het is een vlucht. Het is de troost van de illusie. Maar de tussenweg tussen deze illusie van geborgenheid bij de open haard en het rauwe verdriet om de realiteit kan ik nog maar moeilijk vinden. December is bij uitstek de maand waarin je dat ervaart. De illusie van geborgenheid dringt zich op. Verdringen wil je niet. Maar machteloos verdrietig tegenover elkaar zitten is ook zo droef.

Ze had een kerstboom. Zo één, die je na gebruik kunt afstoffen en opgevouwen opbergen in een doos. Ik houd niet van kunstbomen, maar ze had zich niets van mijn bezwaren aangetrokken. Het was een boom die haar helemaal paste. Wel sfeer, geen uitvallende naalden en troep in huis. Alle versiering zelf uitgezocht op de reizen die ze maakte. Bij ieder versiersel een verhaal. De boom vertelde haar leven. Toen ik haar vond, die verschrikkelijke eerste week van januari van dit jaar, stond de boom nog opgetuigd in de kamer. Ze lag er vlakbij. Dood. Sinds dat moment kan ik geen kerstboom meer zien zonder brok in de keel. Alleen daarom al is december een moeilijke maand.

Haar boom staat nu in het huis van onze zoon. Dat is goed. Er wordt iets doorbroken. Iets dat verbonden was met haar leven, haar persoon, krijgt een nieuwe bestemming. Verliest daardoor iets van zijn intimiteit. Wordt minder relikwie, maar krijgt een nieuw bestaan in een andere wereld. Zoals ook haar huis van háár huis verandert in een huis voor anderen. Dat is goed. Het helpt om met haar dood in het reine te komen.

In het begin voelde iedere activiteit in die richting als ontrouw. Zelfs verraad. Dat gevoel ging ver. We hadden te veel rouwkaarten besteld en waren ontdaan bij de gedachte dat de overblijvende kaarten met haar foto in de oud papierbak zouden belanden. Alsof we haar zelf bij het oud papier  zetten. We zijn daar wat sterker in geworden. Maar bij de confrontatie met haar boom besef je hoe dun het ijs nog is.

Natuurlijk, het hele jaar door investeren we in gezelligheid en aandacht voor elkaar. Maar december springt er toch uit. Door die twee feesten van warmte en gezelligheid. Sinterklaas en Kerst. Beide feesten zitten vol met rituelen. In het ene gezin draait het bij Sinterklaas om surprises, in het andere om gedichten. Voor weer een ander hoort samen eten bij Sinterklaas. Vaak hoor je dat iedereen op pakjesavond bij voorkeur zit op dezelfde stoel als vorig jaar. Op dezelfde plek in de kamer. Met Kerst is het niet anders. Eerste Kerstdag altijd bij de één, Tweede Kerstdag bij de ander, of andersom. Vaak wordt moeder haast ritueel gehaald op Eerste Kerstdag of meldt zich een vriend of vriendin, die er-met-Kerst-altijd-bij-is. Ook het menu ligt vaak vast. Eerste Kerstdag altijd zus, Tweede Kerstdag altijd zo. We voelen feilloos aan welk eten past bij Kerst, en welk eten niet.

Met al hun vaste momenten zijn Sint en Kerst rituele gebeurtenissen waarin het familie- , gezins- of vriendschapsgevoel gevierd wordt. Normaal gesproken zijn die gevoelens abstract, maar in rituelen kun je ze concreet maken. Een huwelijk is zo’n ritueel, of de viering van een speciale verjaardag (50 of 65 jaar). Of een begrafenis. Wat je voor elkaar betekent, kun je op die momenten haast tastbaar voelen. Vandaar de tranen die er vloeien bij een speech. Soms tranen van verdriet, soms van vreugde. Want wat ons raakt, emotioneert ons.

Sint en Kerst zijn net als huwelijk, verjaardag en begrafenis, rituele gebeurtenissen. Zij het bijzondere, omdat ze ieder jaar terugkeren. In december.

Vaak kun je niet goed zeggen hoe het zat met de liefde en genegenheid in het gezin waarin je opgroeide. Maar kijk door je oogleden terug naar vroegere Sinterklaas- of Kerstfeesten en je ziet het voor je. Of, want het tegendeel is ook mogelijk, je ziet wat er toen aan liefde en genegenheid ontbroken heeft.

Rituelen ontwikkelen zich heel langzaam. Afspraken er over worden nooit expliciet gemaakt. De rituelen van Sinterklaas en Kerst laten zien hoe we als familie, gezin of vriendenkring willen zijn. Zijn we ook zo? Of maken we ons wat wijs en spelen we bij Sinterklaas en Kerst ‘happy family’ om na afloop opgelucht te constateren dat we er weer een jaar af zijn. Als de keizer geen kleren aan heeft, wie durft dat dan te zeggen?

Hoe heftig, hoe destabiliserend werkt het als een buitenstaander, meestal in de persoon van een kersverse schoondochter of schoonzoon, voor het eerst in de kring, niet echt mee doet en laat merken zich niet thuis te voelen? Hoe kwetsbaar zijn we in die twee symbolen van familiegevoel, Sint en Kerst.

Mijn dochter leefde alleen. In harmonie met zichzelf. In haar kunstkerstboom werd dat weerspiegeld. Symbool van zelfredzaamheid in zake geluk. Haar dood te vinden bij dat symbool was sowieso al hartverscheurend.

Haar aanwezigheid was ook essentieel voor de invulling van onze symbolische decemberfeesten. Wat is Sinterklaas zonder haar gedichten, zonder de intense vreugde en verwachtingsvolle spanning op haar gezicht als een door haar gemaakt gedicht werd voorgelezen en het bijbehorend cadeau werd uitgepakt? Wat is Kerst zonder het door haar gemaakte toetje op het kerstdiner van Kerstavond – altijd Kerstavond om haar niet te claimen voor de Kerstdagen, want ze hield niet van claims. Daar stond ze, in de keuken, om op het allerlaatste moment de final touch op haar desserts aan te brengen. En je moest daar geen enkele aanmerking op maken. Ze was kwetsbaar in haar desserts.

Valt een stuk gelopen ritueel te vervangen? Natuurlijk willen we dóór met het onderstrepen van het familiegevoel. Maar kan dat ook als er niet meer te vieren valt, zoals we vroeger vierden dat we elkaar lief hadden? Voor die vraag stelt december de rouwenden. De rouwenden mogen niet zeggen: nu stellen Sint en Kerst niks meer voor. Dat mag niet vanwege alle liefde om hen heen, vanwege de liefde en genegenheid die zij juist in droeve tijden ervaren van kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden.

Maar een nieuw ritueel om die liefde en genegenheid te vieren en te beleven trek je niet zo maar uit de kast. Het is goed als kinderen hun net weduwe geworden moeder met Kerst bij hen uitnodigen. Maar vroeger toen zij nog geen weduwe was, ontving zij zelf, vierde haar  ritueel in eigen huis. Dat is voorbij en zo wordt Kerst een confrontatie met vroeger. Vroeger, zoals het was en nooit meer wordt. De weduwe ziet hoe haar kinderen hun best gedaan hebben. Het ontroert haar. Maar nooit voelde ze smartelijker dat ze alleen is, dat haar man er niet meer is. Ze vindt zichzelf ondankbaar, verwijt zichzelf haar verdriet, wil de vrolijkheid van het samenzijn niet verzieken. Huilt later, alleen in haar bed in de onwennige logeerkamer van haar kinderen. Tranen om een ritueel dat was maar nooit meer terug komt.

Daarom is december zo’n moeilijke maand.  

 

Op zoek naar een selbstbestimmtes Leben

Bieri

De meeste mensen denken bij filosofie aan iets ingewikkelds. Iets over waarheid, goedheid of schoonheid. Maar dan abstract. Interessant, maar niet voor het leven van alledag. 

Peter Bieri ziet dat anders. Filosofie gaat bij hem over levenswijsheid. Een wijs mens leeft in overeenstemming met zijn eigen gedachten, wensen en gevoelens. Hoe doe je dat? Hoe bereik je dat? Daarover gaat zijn filosofie. 

De naam Peter Bieri zal de meesten weinig zeggen. Met zijn schuilnaam, Pascal Mercier, is dat anders. Onder die naam schreef hij Nachttrein naar Lissabon. Een internationale bestseller, waarin de hoofdpersoon Raimund Gregorius, sinds jaar en dag leraar klassieke talen in het Zwitserse Bern, van de ene dag op de andere breekt met zijn grijze leven. En dat door één woord, uitgesproken door een vrouw. Gregorius loopt haar onderweg naar school op een brug tegen het lijf. Ze gedraagt zich niet helemaal normaal. Hij is bang dat ze van de brug wil springen en vraagt waar ze vandaan komt. Portugues, antwoordt de vrouw. Dat doet het. De wijze waarop de vrouw het zegt, roept iets bij hem wakker. Iets van verlangen. Maar ook iets over hemzelf, over het leven dat hij leidt. Is dat het leven dat bij hem past? 

Hij valt er voor. Hij valt niet voor de vrouw, zoals in de film naar aanleiding van het boek. Nee, hij valt voor het woord, voor de zangerige, verlangen naar verre landen oproepende klank waarop het uitgesproken wordt. “Dat kan.”, zei Bieri onlangs tijdens een lezing in het Noord-Hollandse Laren. “Een woord kan je leven veranderen.”

Bieri was in Laren om de Nederlandse vertaling te promoten van Wie wollen wir leben? Een drietal lezingen die hij in 2011 hield in het Oostenrijkse Graz. De eerste lezing gaat over Selbstbestimmtes Leben. De Nederlandse vertaalster heeft daar Autonoom Leven van gemaakt. Dat is jammer, omdat zo het stimmige verloren gaat dat zit in Selbstbestimmung. Stimmig is een belangrijk woord voor Bieri. Iets is stimmig als het klopt. Als er overeenstemming is (daar zit datzelfde woord stemming in). Een selbstbestimmtes Leben is een leven dat klopt met de eigen gedachten en gevoelens. Het leven van Gregorius bleek bij nader inzien toch niet te kloppen. Hij ging op zoek naar Selbstbestimmung en dat is wat anders dan autonomie. Iemand kan autonoom leven, ook al is er in zijn leven geen sprake van Stimmigkeit

De tweede lezing gaat over zelfkennis. Logisch. Om in overeenstemming te leven met jezelf, moet je je zelf kennen. Maar hoe leer je je zelf kennen? In elk geval niet door met een lampje af te dalen in het eigen binnenste. We hebben zo’n lampje niet tot onze beschikking. Bovendien zit er geen mannetje in ons dat we als waarnemer van ons innerlijke Ik op pad kunnen sturen. Het enige dat we hebben om onszelf te leren kennen, is wat er in ons leven gebeurde en hoe we daar op reageerden. Soms zijn we daar trots op en vertellen er graag over. Soms schamen we ons en stoppen het weg. Welke verhalen vertellen we graag? Welke niet? Waarom? Kloppen de verhalen nog als we in een crisissituatie belanden? Met die vragen begint het zoeken naar zelfkennis. 

Een van mijn ‘sleutelverhalen’ is altijd het verhaal geweest over Abraham die van God zijn zoon Isaäc moest offeren. Abraham vertrouwde dat het uiteindelijk goed zou komen, ook toen hij verder ging dan het ethisch toelaatbare. Dat sprak me aan. Kies voor iets en blijf sterk in vertrouwen dat het goed komt. Ik beschouwde dat verhaal als stimmig met mijn eigen leven. Tot de crisis. Mijn dochter, mijn Isaäc, stierf. Ik stond met lege handen. Wat nu vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt? 

Na haar dood ben ik niet in staat dezelfde verhalen als vroeger over mijzelf te blijven vertellen. Het waren verhalen die mijn leven glans gaven. Maar de glans is weg. De verhalen hangen in de lucht. Ik moet op zoek naar nieuwe Stimmigkeit. Ik ben de enige niet. Ik merk dat het troostvol is rouwen op te vatten als een zoektocht naar nieuw zelfinzicht. Je hoeft niet te blijven steken in dat verlammende gevoel van verlies, in machteloosheid om wat je is over komen. Je kunt iets doen. 

Peter Bieri, Hoe willen wij leven? 

 Uitgeverij Wereldbibliotheek  € 15, 90 

 

© 2017 Jan Greven

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: