Jan Greven

Het denken blijft doorgaan

Maand: april 2012

De kracht van verbeelding

 

Jarenlang heeft Henk van Os op televisie het Nederlandse volk uitgelegd hoe naar kunst te kijken. In de documentaire bij zijn afscheid, vroeg de interviewer naar de bron van zijn liefde voor kunst. ‘Als iemand dat echt wil begrijpen, zou het moeten gaan over jouw ‘drang tot godsdienst.’, zei zijn zoon Pieter toen ze samen de documentaire bekeken. 

Drang tot godsdienst? Henk keek er van op. Wat bedoelde Pieter? Hij besloot er een brief over te schrijven en zo ontstond een briefwisseling. Persoonlijk van toon, maar wel om te publiceren. 

Voor Henk (1938) is geloof een kwestie van levensoriëntatie. Zonder zou hij niet kunnen. Als hij zondagmorgen kerkklokken hoort, denkt hij: ‘Daar moet ik heen!’ Voor Pieter (1971) geldt dat absoluut niet. Misschien, schrijft hij, ontbeer ik wel jouw verbeeldingskracht. Maar hoe graag hij ook de betovering ondergaat van een ongeloofwaardig verhaal, verder dan tegen beter weten in hopen op betovering, komt hij niet. ‘De waarheid is dat ik, anders dan jij, niet het geloof van mijn vader heb.’, schrijft hij.  

Hij reageert daarmee op Henk die zijn laatste brief met een soort belijdenis had afgesloten: ‘Ik heb het geloof van mijn vader.’ Pieters grootvader, Henks vader, sprak aan het einde van zijn leven vaak over de suizende stilte waarin de profeet Elia God ontmoette. Het was, schrijft Henk, de vervulling van het verlangen naar een adres. Een adres voor je dankbaarheid. Voor het kortstondige en tegelijk tijdloze besef van volledigheid dat een gelovig mens soms kan overkomen. Henk beschrijft een paar ervaringen die hemzelf overkwamen en concludeert: Ik vermoed dat het verlangen naar een adres de kern is van mijn geloof.

Zoon Pieter heeft zo’n adres niet. In die zin heeft hij gelijk als hij schrijft  dat zijn geloof niet dat van zijn vader is. Toch is het verschil minder groot dan je zou denken.  

Bij Henk heeft geloof te maken met anders willen worden, uit jezelf treden. Bijzonder sterk voelt hij dat bij het vijftiende-eeuwse mystieke concept van Franciscus als een tweede Christus van de Italiaanse kunstenaar Sassetta.

 

De_kracht_van_verbeelding_1

 

Hier wordt een heilige gevierd omdat hij radicaal iemand anders wilde worden. Franciscus staat er afgebeeld als de gekruisigde. Dat ontroert Henk. In Franciscus ziet hij de tegenstelling met de moderne mens. Die wil vooral zichzelf blijven en is daarom eenzaam en vervreemd van de wereld die hij zelf schept. Bij zoon Pieter vind je dezelfde onvrede over een onttoverde wereld. De afkeer van de vader is de afkeer van de zoon. 

De brieven gaan niet alleen over geluk en dankbaarheid. Er was nogal wat verdriet.  Henks zusje Gerdientje kwam in 1958 om bij een auto-ongeluk. Zoon en broer Wouter leed aan schizofrenie en beroofde zich van het leven. Als Henk, als student op excursie in Frankrijk, hoort van het ongeluk van zijn zusje, begint hij als een razende te vloeken. Het houdt niet op. Urenlang. Later beseft hij dat God ook in razernij en machteloze woede een adres voor hem was. Het geeft hem inzicht, helpt hem ook. Maar de meeste troost vindt hij toch bij een tekst uit het bijbelboek Prediker die oproept ondanks alle verdriet en vergeefsheid ‘dus’ je brood te eten met vreugde en de wijn te drinken met een vrolijk hart’. Als plekken van zon in een donker bos. Meer dan dat zit er niet in. 

De brief van Pieter over de dood van zijn broer Wouter springt onverwachte kanten op. Wat zou je anders verwachten? Maar op zeker moment gaat het over flow. Je leest een boek, lost een cryptogram op, speelt een partij tennis en doet dat zo intensief, dat je even alles om je heen vergeet. Dat is flow. Flow helpt tegen verdriet. ‘Ongelukkig? Niet te veel over praten. En vooral: doe iets!’, schrijft Pieter. 

Ook daarin lijkt hij op zijn vader. Het gaat om de wil te veranderen. Alleen de rede is daartoe niet in staat. Integendeel. De rede dooft de verbeelding uit. Terwijl je voor veranderen juist alle verbeeldingskracht nodig hebt. Henks drang tot godsdienst komt voort uit zijn wil om te verbeelden. Om in Franciscus Christus te zien. Diepte te voelen in ‘gewone’ ervaringen.  Zo is zijn liefde voor kunst ontstaan. Dat heeft hij overgebracht op zijn zoon, die net als hij, leeft uit verbeelding. Zij het zonder vast adres van zijn verlangen. 

Henk & Pieter van Os, Vader en zoon krijgen de geest. Brieven over de drang tot godsdienst. 

Uitgeverij Balans € 16,95

 

 

 

 

sryery

dtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfj

 

dtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtth

dfjd

tthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtt

hdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthd

fjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtt

hdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfjdtthdfj

Op zoek naar levenswijsheid

Handleiding voor een Evenwichtige Geest en een Kalm Gemoed - Lenoir, Frederic F

 

Duizenden jaren, aldus Fréderique Lenoir, heeft religie de rol van opvoeder van het innerlijk leven vervuld. Die rol vervult ze, althans in Europa, steeds minder. Ze is verstard. Terwijl mensen op zoek zijn naar zingeving, biedt zij slechts dogma’s en normen. 

Lenoir springt in dat gat. Gaat zijn lezers voor op weg naar wijsheid. Begin eens, houdt hij hen voor, met toe te geven dat we geen volledige controle op ons leven uitoefenen. Hij citeert de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart met zijn “niets willen, niets weten, niets hebben” als voorwaarde voor Gelassenheit en sereniteit. Maar toch, ook al ontbreekt volledige controle, voor onze reactie op geluk en ongeluk zijn we wél zelf verantwoordelijk. Lenoir moet niets hebben van de slachtofferrol die mensen zich tegenwoordig aanmeten – met een claim op schadevergoeding onder handbereik. 

Wie zich verantwoordelijk voelt voor het eigen bestaan, voelt zich ook verantwoordelijk voor het leven in algemenere zin. Zo iemand steunt mensen in nood, komt op voor mensenrechten, strijdt voor behoud van de planeet. Ken vooral u zelf, zegt Lenoir. Zelfkennis verjaagt het geïdealiseerde beeld dat wij van onszelf hebben. Iemand met zelfkennis ziet in anderen zichzelf en oordeelt daarom niet. 

Lenoir is een gelovig mens. Zij het niet gelovig, zoals zijn Katholieke Kerk dat voorschrijft. In de stilte van het gebed bereikt hij zijn diepste innerlijk. Hij hoort de stem van zijn geweten en probeert de wil van God te doen. Tot het leven zelf heeft hij een nederige houding. Het leven is zoals het is, en niet zoals we het zouden willen of dromen. 

Tot twee keer toe schrijft hij over veerkracht die bestaat in onvermoede krachten waarmee we bij tegenslag en verdriet uiteindelijk met een grotere wilskracht, een grotere ambitie aan onszelf vorm kunnen geven. 

Lenoirs wijsheid is de wijsheid van een actief, betrokken en veerkrachtig mens. Die zich verantwoordelijk voelt voor het leven, de mensen, en zichzelf. Hij kent het verdriet. Weet van de pijn die hoort bij het leven als we geliefden verliezen. Het is de tol die we betalen voor onze liefde. De pijn moeten we met open ogen accepteren.  

Witte Donderdag hoorde ik de Matteus Passion.

 

Buss und Reu

knirscht das Sündenherz entzwei,

dass die Tropfen meiner Zähren

angenehme Spezerei,

treuer Jesu, dir gebaren.

 

zingt de Alt in het begin als een vrouw de voeten van Jezus zalft. Er is nog hoop. Er zit nog veerkracht in de mensen. Ze kunnen nog wat. Al zijn het maar tranen van berouw. Laten die dan zijn als geurige olie. 

Na Jezus’ geseling bieden ook de tranen geen soelaas meer. Opnieuw zingt de Alt:

 

Können Tranen meiner Wangen

nichts erlangen,

o, so nehmt mein Herz hinein!

Aber lässt es bei den Fluten,

wenn die Wunde milde bluten,

auch die Opferschale sein! 

 

Geen veerkracht meer. Zelfs niet in onze tranen. Ons hart slechts een offerschaal voor Jezus’ bloed. 

Vroeger zou ik die tekst als typisch voorbeeld voor Bachs piëtistische bloedtheologie hebben gezien. A la Lenoir zou ik vertrouwd hebben op mijn eigen veerkracht. Maar veerkracht veronderstelt behalve kracht ook richtinggevoel. Een veerkrachtig mens weet in welke richting het herstel dient te gaan. Ik heb intussen ervaren dat het leven je met iets kan confronteren waardoor je dat richtinggevoel kwijt raakt. Niet uit slapte of onvoldoende zelfinzicht, maar existentieel. Zo’n moment beschrijft Bach in het beeld van het hart als offerschaal voor Jezus’ bloed. Er valt niets meer te geven, alleen te ontvangen.

Zulke momenten van ontvangen heb ik, zo merk ik nu, in het samenzijn met vrienden. Het is in dat samenzijn of je, nadat je de weg bent kwijt geraakt, even met anderen oploopt. Het lijkt even of het bestaan weer richting heeft. Al hoeft dat helemaal niet. Zo snel gaat dat niet. Maar het is al troostvol als het zo lijkt. 

Mijn hele leven heb ik Pasen gevierd, maar pas dit jaar heb ik begrepen waarom de Opstanding pas ervaren wordt als de discipelen met elkaar samen zijn. Aan een tafel. Pasen is niet een individuele emotie maar wordt ervaren in een samenzijn van vrienden, waarin richtingsgevoel, levensmoed ontstaat. 

Lenoir gaat sterk uit van eigen veer- en denkkracht. Aan mijn levenswijsheid is inmiddels het inzicht toegevoegd, dat er momenten zijn waarop eigen veer- en denkkracht te kort schiet. Dat heb ik te accepteren. Gelukkig zijn er dan mensen die verder helpen. Op zulke momenten is het hart een offerschaal. Alleen in staat te ontvangen. Wij zijn bedelaars, zei Luther. Ik begrijp dat nu. Beter dan ooit. 

Frédéric Lenoir, Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed. 

Uitgevrij Ten Have € 19,95

 

© 2017 Jan Greven

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: