Jan Greven

Het denken blijft doorgaan

De EO maakt het verschil

Dekkervrijmaking-1

 

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw begeleidde ik uit hoofde van mijn toenmalige functie bij de IKON een televisiekerkdienst  van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (GKV) van Bunschoten Oost. In de consistorie trof ik de kerkenraad met alle ouderlingen in zo’n zwart pak, dat je in die tijd alleen nog bij obers zag: gestreepte zwarte pantalon, zwart jasje, wit overhemd, grijze das. De diakenen idem dito op één na. In een scheerwollen donkerblauw pak sprong één er uit. Een zakenman, zo te zien. Ineens was ik terug in de kerk van mijn jeugd. Dertig jaar eerder. Ik zag de ouderlingen weer zitten. Allemaal in het zwart. Tegenover de diakenen. Ook zwart, maar met hier en daar iets alternatiefs. Iets blauws. Heel voorzichtig. Als de olijftak van de duif: voorbode van een nieuwe tijd.

 

 

De kerkenraad in zwart pak 

 

De dresscode van Bunschoten Oost zal intussen wel veranderd zijn. En niet alleen de dresscode. Dertig jaar geleden werkten de vrijgemaakten aan een eigen ‘Proefbundel’ van psalmen en gezangen. Het Liedboek van de Kerken beschouwden ze als ‘een bundel van de valse oecumene’ . Nu doen ze mee aan Het Nieuwe Liedboek. Toen waren ze tegen kindernevendiensten. Kinderen hoorden in de eredienst. Nu zijn overal nevendiensten. Op zondag volgden alle kerken dezelfde liturgie. Nu zijn er plaatselijk grote verschillen.

Elk jaar legt een Jaarboekje vast wat er in de GKV gebeurt. Godsdienstsocioloog Gerard Dekker pluisde veertig van die Jaarboekjes, van 1970 tot 2010, uit. Op zoek naar veranderingen. Met als vraagstelling: zie je bij de vrijgemaakten, dertig jaar later, dezelfde veranderingen als bij de synodaal gereformeerden van wie ze zich in 1944 afscheidden? Zijn conclusie: ja, de parallellen zijn zo opvallend dat je van een zelfde ontwikkeling kunt spreken.

Neem het Gereformeerd Politiek Verbond, de politieke partij van de vrijgemaakten. Opgegaan in de ChristenUnie, zoals de gereformeerde Anti Revolutionaire Partij opging in het CDA. Of hun krant, het Nederlands Dagblad. Het gereformeerde Trouw stelde zich in de jaren zestig van de vorige eeuw open voor niet-gereformeerden. Het Nederlands Dagblad noemde zich vanaf 1993 ‘christelijk betrokken’ in plaats van ‘Gereformeerde krant van christelijk Nederland’ . ‘Synodale’  vrouwen kregen in 1965 kerkelijk stemrecht, vrijgemaakte vrouwen in 1993. Voor de synodalen was 1975 de top. Sindsdien daalt het ledental. Bij de vrijgemaakten kwam de top in 2005. Vanaf dat jaar daalt het ook bij hen. Allemaal dertig jaar later.

De vrijgemaakten, zo bleek bij de presentatie van zijn boek in hun Kampense Theologische Universiteit, waren niet blij met Dekkers bevindingen. Logisch. De ‘synodalen’ hebben zij altijd als afschrikwekkend voorbeeld beschouwd. Vooral hun rapport ‘God met ons’ uit 1980 dat afstand nam van het letterlijk Schriftgezag, zagen ze als een dieptepunt. Nooit te beroerd voor hoge woorden zagen zij in hun eigen kerken God zelf aan het werk. En nu zou bij hen dezelfde verdamping  plaats vinden?

Helaas, Dekkers parallellen zijn te opvallend voor toeval. De ontwikkelingen lijken sprekend op elkaar. Toch bleef ik op één punt haken. Vrijgemaakten, schrijft Dekker, denken over het algemeen conservatief over abortus en euthanasie. Dat is niet gereformeerd.  Het is niet toevallig dat twee gereformeerde hoogleraren (de onlangs overleden Utrechtse gynaecoloog Haspels en de VU ethicus Kuitert) een belangrijke bijdrage leverden aan het denken in ons land over resp. abortus en euthanasie. Gereformeerden willen, zoals de stichter van hun kerk Abraham Kuyper zei, ‘in rapport zijn met de tijd’. Ontwikkeling is uitdaging.

Een conservatieve, anti abortus en euthanasie opvatting hoort bij Pro Life. Pro Life is Amerikaans en hoort bij de evangelische beweging. In 1970, toen de gereformeerde verdamping begon, bevond die beweging zich in de marge. Bezwaarde gereformeerden konden in 1970 weinig anders dan hun kerk verlaten voor christelijk gereformeerd of baptist. Dat dat nu anders is, komt door de EO, die het evangelicale geloof als volwaardig alternatief op de kaart heeft gezet. Bovendien is er met de EO jongerendagen een verbinding gelegd met jongeren. Evangelicale vrijgemaakten hoeven door die ontwikkeling hun kerk niet uit. Integendeel, meer en meer nemen ze hun kerk over. Maar minder gereformeerd, minder ‘in rapport met de tijd’,  zijn ze wel. Dekker heeft gelijk: de gereformeerde smaak van de vrijgemaakte kerken zal meer en meer verdwijnen. Maar de evangelicale stroming komt op. Bunschoten Oost zal nog galmen van de gospelsongs, als het zover al niet is. De kerkenraad komt swingend op. De naam is gebleven. Als geschiedenis.

Gerard Dekker, De doorgaande revolutie. De ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken in perspectief.

Uitgeverij Vuurbaak. ADChartareeks nr. 23.  € 19,90

1 reactie

  1. Verder veroorzaakt een religie vanzelf ook groepsvorming, waardoor er een wij en zij verschil gaat ontstaan. In hoeverre speelt het groepsverband een factor bij morele oordeelsvorming en wanneer is de religie met haar regels bepalend? Is dat wel te scheiden en zo ja hoe dan? Andersom kan het ook nog. Dat binnen een bepaalde groep een nieuwe religie ontstaat. Zijn het dan de waarden en normen, die de groep al had, die de regels van een religie gaan bepalen?

Reacties zijn gesloten.

© 2017 Jan Greven

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: