Jan Greven

Het denken blijft doorgaan

Wie zou zo’n bestuur willen missen?

November 2007 organiseerde het toenmalige Gemeenschapsfonds (nu Activiteitenfonds) een gesprek met vrijwilligersorganisaties over de Blaricumse dorpsgemeenschap. Een belangrijk thema, vonden de aanwezigen (zo’n 25 man). Jammer alleen, klaagden ze, dat de (lokale) overheid vooral haar eigen belang behartigde en dat dat slechts zeer ten dele samenviel met wat de vrijwilligers als hun belangen zagen. Zelfs de imkers van bijenschans Steegland wilden in die tijd niets meer met de politiek te maken hebben. Er was een gapende kloof tussen lokale overheid en deze lokaal actieve burgers.

Dat dat elf jaar later heel anders is, blijkt als je het Coalitieakkoord leest, dat 24 april j.l. door de Raad met grote meerderheid is aangenomen. Centraal in het Akkoord staan verbetering en uitbouw van de dorpsgemeenschap. Het gaat over kroonjuwelen en kernwaarden. Over veiligheid, groenonderhoud en openbaar vervoer. Over evenementen, sportvoorzieningen, duurzaamheid en een woonbeleid waardoor alle inkomensgroepen hier kunnen wonen. En, natuurlijk, over gezonde financiën, goede communicatie en burgerparticipatie.

Vier van de zes partijen in de Raad (Hart voor Blaricum, De Blaricumse Partij, CDA en Democratisch Alternatief Blaricum, dat trouwens graag had willen meedoen) stemden voor. De andere twee partijen, D66 en VVD, waren niet tegen, maar wachtten liever even af.

Met haar brede akkoord en haar aandacht voor wat burgers willen past Blaricum in de landelijke trend. Want de zaak is aan het verschuiven in de gemeentepolitiek. Enerzijds komen er steeds meer partijen. De zaak fragmentariseert, zou je zeggen. Maar kijk, partijen zijn veel meer dan vroeger gaan samenwerken. Sombere voorspellingen dat regeren met zoveel kleine partijen onmogelijk zou zijn, zijn tot nu toe niet uitgekomen. Overal zie je coalities gedragen door vier, soms zelf vijf partijen.

Die ontwikkeling leidt tot een andere vorm van bestuur. Ging het er eerder om, zoals in 2007, dat je de macht had om legitiem je plannen uit te voeren. Tegenwoordig gaat het om representativiteit – de vele partijen zorgen ervoor dat de Raad met haar besluiten de samenleving in al haar facetten moet representeren. Vanzelfsprekend dat ze bij die besluitvorming de burgers betrekt. Terecht dan ook dat aandacht voor burgerparticipatie speciaal in het Coalitieakkoord vermeld wordt. Jammer voor de imkers dat het in 2007 zover nog niet was.

Tussen twee haakjes, deze ontwikkeling in de gemeentepolitiek staat haaks op het voornemen van de Provincie de Gooise gemeentes samen te voegen. Centraal punt in die plannen is de bestuurskracht. Precies het begrip dat tien jaar terug hoog in het vaandel stond en zorgde voor de kloof tussen burgers en politiek. De ontwikkeling in de lokale politiek is juist de andere kant op. Het moet representatiever worden, dichter bij de burgers, minder van bovenaf gestuurd.

Voor het zover is, is er trouwens nog wel wat huiswerk te doen. Hoe komt de politiek erachter wat de burgers willen? Goed idee in dat verband om een onafhankelijk bureau te laten onderzoeken hoe burgers tegen de samenvoeging van Huizen, Laren en Blaricum aan kijken. Een bestuur dat echt luistert maakt zichzelf sterk. Wie zou zo’n bestuur willen missen?

Mens en procedure, overdenking bij een kunstgrasveld

In 2016 stond het er niet lekker voor bij de Blaricumse Voetbalvereniging BVV ’31. Goede kans dat de KNVB haar kunstgrasveld zou afkeuren met als gevolg geen competitievoetbal meer. Wat is je bestaansrecht nog als je niet meer tegen andere clubs mag voetballen?

In die zorgelijke tijd meldde zich een redder in de nood. Hij reed nog net niet op een wit paard, maar verder leek het wel een sprookje. !lij bood aan uit eigen zak 600.000 euro voor te schieten voor twee nieuwe kunstgrasvelden en het, met hulp van de BVV-Ieden, opknappen van de kleedkamers. Of de Gemeente, eigenaar en verhuurder van het Sportpark, wilde meedoen met deze reddingsactie.

Fantastisch natuurlijk, er was alleen één maar BVV ’31 gaf aan dat er snel geschakeld moest worden, heel snel. De KNVB kon immers het oude veld afkeuren en dan stond het voortbestaan van de club op het spel. Nu kun je bij projecten van de overheid aan alles denken behalve aan ‘snel schakelen’. Alleen al de verplichting meerdere partijen offertes te laten uitbrengen bij overheidsaanbestedingen kost tijd. Die tijd was er dus niet. Daar kwam nog bij dat geldschieter en BVV al een bedrijf gevonden hadden dat de velden tegen een redelijke prijs wilde aanleggen. Wilde de Gemeente ‘ja’ zeggen tegen het plan, dan moest ze haar eigen aanbestedingsregels opzij zetten en, als consequentie daarvan, alle stukken, waaruit zou blijken dat ze dat bewust gedaan had, geheim moeten verklaren tot de velden er lagen.

Een duivels dilemma

Mogelijkheid I: Je kiest voor de procedure en laat je kennen als een bureaucraat die regels belangrijker vindt dan de eigen dorpsclub.

Mogelijkheid 2: Je kiest voor de dorpsclub en laat daarmee zien dat je (vriendjespolitiek”) soepel kunt zijn met procedures waarmee je als bestuurder niet soepel zou moeten zijn.

Een diepe kloof, met aan het einde toch nog iets van verzoening Een rapport van de BEL Rekenkamer die de zaak van de Kunstgrasvelden onderzocht, was er glashelder over. College en Coalitiepartijen hebben gekozen voor Mogelijkheid 2. Met een felle Raadsminderbeid tegen. Vooral de VVD zat het hoog. De overheid beeft een voorbeeld functie. Wat is de zin van je raadslidmaatschap, als de overheid zelf maar wat aan rommelt? Op een speciale Raadsvergadering, helemaal gewijd aan het Rekenkamer rapport kwam het er allemaal uit. Met tegenover de boze woorden van de oppositie sussende woorden van de Coalitie: de schoonheidsprijs verdient het niet, maar iedereen is nu toch blij met het resultaat en er was toch geen sprake van misleiding. Een diepe kloof, met aan het eind toch nog iets van verzoening. Laten we leren van de kunstgrasaffaire. Laten we het een volgende keer anders, beter doen.

Principiële discussie

Mooi! Toch had ik graag ook iets van een andere, meer principiële discussie geboord: zijn procedures altijd onaantastbaar, ook als handhaving ervan de oplossing blokkeert van een probleem dat al jaren de verhoudingen verziekt en onoplosbaar leek?

Als niemand zich verrijkt, als alle betrokkenen blij zijn met het resultaat, als verloederd verandert in spic&span, als er een beetje meer geluk is gekomen, zou de mens dan niet moeten gaan boven de
procedure?

Het stadse dorp

Heerlijk Internet! Een druk op de knop en hup, daar heb je alle raadsvergaderingen van 2017 op je scherm. Wat een onderwerpen! Bestemmingsplannen, Snelle Bus, samenwerking in Gooi, Vecht en BEL, een fi etsbrug, Bijvanckpleinen, begrotingen, woonvisies, rechtsposities, geheimhoudingen, Blauwe Zones, alcohol en jeugd, belastingen, leges en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een enkele keer gaat het om zaken (snelle bus/blauwe zone) dichtbij de burger. Vaker komen de onderwerpen uit de verre wereld van bestuur, politiek en bureaucratie. In de Raad komt de burger zelf aan het woord in de Rondetafelgesprekken. Of we eindelijk eens rechtsaf mogen als we vanuit Huizen over de LeCoultredreef naar het oude dorp willen. Dat er in de Eerste Molenweg 32 Japanse Notenbomen zonder vergunning gekapt zijn. Dat een buurman niets aan de erfafscheiding doet. Dat de OBB te veel schuift met haar hoogbegaafde leerlingen. Dat er iets niet klopt met de Koningsdagvergunning van Moeke. Enzovoorts, enzoverder.

Doe-democratie
Het geeft de Raadsagenda’s iets van hollen of stilstaan. Of abstract en van ver. Of concreet, maar dan ook wel heel dichtbij. Zou er niets tussenin zitten? Sinds een paar jaar is de term Doe-democratie in zwang gekomen (zie van het Sociaal Cultureel Planbureau (www.scp.nl): De Dorpse Doe-democratie (2016)). In een Doe-democratie geven bewoners zelf vorm aan hun dorp en regeert het volk mee door dingen ‘simpeltjes’ te doen. Bijvoorbeeld door met een ‘zelfredzame inzet’ een speeltuin te onderhouden. Of een dorpsfeest te organiseren. Wie mee doet, heeft invloed op wat tot stand komt.

Zeven types dorpsbewoners
Het SCP heeft uitgezocht wat de inwoners van een dorp belangrijk vinden. Onderling verschillen die dorpsbewoners sterk. Het SCP onderscheidt maar liefst zeven types dorpsbewoners. Van de autochtone, kerkelijke bewoner, die hecht aan binding en sociale contacten. Tot de dorpsgenoot die hier kwam voor de rust en bij binding denkt aan landschappelijk en niet aan sociaal. Toch, hoe verschillend ook, alle zeven types willen hetzelfde: een schoon, heel en veilig dorp, met basisvoorzieningen als school, winkel en bus, mogelijkheden voor jong en oud elkaar te ontmoeten, financieel bereikbare woningen, een goed ondernemersklimaat, en belevingskwaliteit door natuur, fietspaden en historische bebouwing. In een Doe-democratie zet het lokale burgerschap zich in voor die kwaliteiten.

Soms wel, vaker niet
Volgens het SCP vindt trouwens minder dan de helft van de dorpsbewoners dat de Gemeenteraad open staat voor initiatieven van bewoners. Kijk de Raadsagenda’s van 2017 er op na en je ziet het voor je. Als onderdeel van het politiek/bureaucratisch bestuurssysteem lijkt me de Raad dat nauwelijks te verwijten. Dat systeem meet leefbaarheid en kwaliteit op eigen wijze. Met de gewone werkelijkheid van de burgers heeft dat slechts in verder weg liggend verband te maken. Zie hierboven wat dorpsbewoners belangrijk vinden en vlooi de raadsagenda’s van 2017 er eens op na hoe vaak het daar praktisch en effectief over ging.

Soms wel, vaker niet.

Blaercom en Vitus

Sinds september 2012 heeft buurgemeente Laren een Gemeenschapshuis. Open, toegankelijk, multifunctioneel. Het wordt gedragen door vrijwilligers. Het Brinkhuis is een aanwinst voor de Larense gemeenschap. Zou zoiets ook in Blaricum kunnen?

Wij hebben twee gemeenschapshuizen, Blaercom en Vitus. Met Blaercom gaat het niet goed. Het Bestuur kwam onlangs met een berekening dat het zonder ingrijpende veranderingen over vijf jaar  over en uit is met Blaercom. Voor het Vitus ligt dat door feesten, partijen, bruiloften en uitvaarten iets anders, maar wat meer aanloop en activiteit zou ook daar niet slecht zijn.

Één dorpshuis?

In een dorp ken je elkaar. Dat helpt. De besturen van Blaercom en Vitus besloten samen naar hun problemen te kijken en de mogelijkheden voor één nieuw Dorpshuis te onderzoeken. Bijvoorbeeld in het Vitusgebouw, dat dan wel een stuk groter moet worden. Dat zou kunnen door het stuk grond ernaast (eigendom van de RK-Kerk) te bebouwen. Weliswaar zegt het bestemmingsplan van die
plek: ‘Bouwvlek voor gelaagde appartementen’, maar misschien kan daar nog eens naar gekeken worden. Wat komt bij zoiets kijken? Wat voor functies wil je hebben? Een gymzaal voor binnensport,
(waar veel behoefte aan is)? Of vooral een ontmoetingsplek? Maar moet je voor zo’n ontmoetingsplek niet in het hart van het dorp zitten (zie Laren)? En, maar dat terzijde, zouden de omwonenden van de Vitus ook zo blij zijn met zo’n nieuw centrum? Vragen, vragen die je allemaal moet onderzoeken. Zulk onderzoek kost geld. Geld dat de besturen van Blaercom en Vitus niet hebben. En dus klopten ze aan bij het college van B & W. De reactie van het College deed me denken aan de serie Frozen Planet van de BBC, maar dan nog iets killer. Onderzoek prima, maar geen cent van ons en reken je
ook niet rijk. Jullie kochten de grond van Blaercom ooit van ons, in 1976, voor omgerekend € 30.630. Met een recht van terugkoop door ons voor datzelfde bedrag. Meer krijg je niet. En met dat
Bestemmingsplan doen we voorlopig ook nog helemaal niets. Hoe demotiverend wil je het hebben? Op haar laatste vergadering in het oude jaar besloot de Raad alles maar eens even op zijn beloop
te laten. Misschien voorgoed.

Particulier initiatief

De weinig empathische reactie van het College heeft in elk geval de charme van de duidelijkheid: als jullie iets willen met dat Dorpshuis, reken dan niet op ons. Ik vond dat eerst wel wonderlijk. In de vorige vergadering van de Raad ging het over Blaricumse kernwaarden om te bewaren als de gemeente Blaricum ophoudt te bestaan. Een vergadering later worden plannen voor een nieuw en vitaal Dorpshuis (is dat dan geen kernwaarde?) door een poolwind weggeblazen. Dan begrijp ik politiek niet goed. Het lijkt zo willekeurig. Maar later dacht ik dat het eigenlijk wel goed is dat bestuurders en politici nul thuis geven. Zo’n Dorpshuis is een zaak van burgers. Van burgerinitiatief. Niet iets dat ons moet worden aangereikt door de Overheid. Kijk naar Laren: allemaal particulier initiatief. Particulieren genoeg in ons dorp. Initiatief ook. Wie pakt het op?

Kernwaarden

Stel dat de Provincie haar zin doorzet en dat er straks een nieuwe gemeente Blaricum/Huizen/ Laren komt. Wat zijn dan de typisch Blaricumse waarden die niet verloren mogen gaan in het nieuwe grote geheel?

Allerhoogste tijd ons daarop te bezinnen, vonden VVD en D66 en vroegen in de raadsvergadering van 28 november j.l.. per motie aan het College om een lijstje kernwaarden. Met nul beginnen hoeft niet, zeiden ze. In de strategische visie Blaricum, een authentiek dorp in het Gooi van 2010 staan die kernwaarden al. Vraag aan Raad en bevolking welke waarde ze prioriteit geven en klaar is Kees. Aan de slag dus. En gauw een beetje.

Sommige partijen, zoals Hart voor Blaricum, ging dat veel te snel: ‘Zo’n beladen onderwerp kun je niet in zo korte tijd regelen’. Andere waren positiever: ‘We willen hetzelfde, maar verschillen over welke stappen we moeten zetten’ (CDA). Geleidelijk aan werd steeds duidelijker dat tegen de motie stemmen gezien zou worden als ‘de zaak maar op zijn beloop te laten’. Geen goed signaal zo vlak voor de verkiezingen. Zo namen uiteindelijk alle partijen het initiatief van VVD en D66 over.

Blijft de vraag wat de Blaricumse kernwaarden zijn. Toen ik daarover nadacht moest ik denken aan de schrijver P. H. van Moerkerken en zijn boek De ondergang van het dorp uit 1913. Hoewel het boek over Laren (Aarloo) gaat en slechts in de marge over Blaricum (Nierode) en Huizen (Merum), is er voor Blaricummers genoeg te herkennen. Een van Moerkerkens hoofdpersonen is Dirk Boersink (Jan Hamdorff). Oorspronkelijk een ober uit Amsterdam. Als Holtmark (Het Gooi) een spoorverbinding krijgt, ziet Boersink als eerste de mogelijkheden voor het armelijk, achter gebleven Aarloo: ‘Uit de steden reed de Holtmarkse stoomtram al voller zomerwagens op den brink. De herbergiers vertimmerden hun zolders met kleine vertrekjes, bouwden veranda’s en serres uit. En jaar na jaar werden de boeren slimmer, de optrekjes talrijker, de prijsen hoger.’ Boersink ontwikkelde een wijk met villaatjes voor welgestelde Amsterdammers, terwijl zich intussen ‘kunstenaars en kunstnijveren, simpele vereerders van kunst en dichterlijke minnenden van de landelijke eensaamheid, strevenden naar een reiner samenleving volgens vegetaries en kommunisties beginsel’, in Aarloo en Nierode vestigden. Deze kunstzinnigen ontwierpen hun eigen huis ‘zodat elk huisje het eigen persoonlijk karakter droeg van den sierkunstenaar, den geleerde, den schilder, de dichteres. Doch alle hadden deze woningen gemeen het rustiek-onbezorgde, het luchtige, het vrij-zijn van elke stijl-traditie.’

Van Moerkerken onderscheidt drie lagen in de bevolking van Aarloo. De oorspronkelijke bewoners; arm, eenvoudig, katholiek, maar slim genoeg om hun graantje mee te pikken. De eigenzinnige kunstenaars. En de welgestelde burgers van elders. Zijn boek laat zien hoe Hamdorff en andere projectontwikkelaars het dorp overnemen. Hoe het geld alle woestheid en ongereptheid weg vreet en
er villaatjes voor in de plaats zet. En toch houden oorspronkelijke bevolking en kunstenaars hun plek.

Die speciale mix van geld, kunst en oorsprong lijkt mij tekenend voor Blaricum. Het bewaren van dat wankele evenwicht (want niets is agressiever dan geld) lijkt mij de kernwaarde van ons dorp.

In memoriam Gerard Dekker

Vorige week plaatste ik op deze site een bespreking van Verlicht geloof van godsdienstsocioloog Gerard Dekker. Het was een eindbalans van zijn geloof. Hoe geloofde hij? Wat geloofde hij (nog)? Het was letterlijk een eindbalans. Maandag 27 november is Gerard (86) na een korte ziekte overleden. De email waarin ik hem attent maakte op mijn bespreking heeft hij niet meer gelezen. Hij lag toen al op de Intensive Care van het ziekenhuis. Jammer. Gerard had graag dat je, eens of oneens, reageerde op wat hij schreef. Naar aanleiding van mijn recensie zou hij me zeker gebeld hebben en me hebben uitgenodigd voor een nagesprek bij hem thuis. Daar zou hij mij aandachtig aangehoord hebben om me daarna vriendelijk en vasthoudend uit te leggen waarom hij had geschreven wat hij had geschreven.

De laatste keer dat we elkaar zagen, in mei van dit jaar, praatten we over Verlicht geloof dat toen op punt van verschijnen stond. Maar ook over zijn gezondheid (die goed was) en het permanente, stapje voor stapje, achteruitgaan. In tegenstelling tot vroeger toen het niet bon ton was om over je gezondheid te praten tenzij er echt iets heel ergs was, is gezondheid een onderwerp als mannen op leeftijd elkaar treffen. Dat komt natuurlijk door de dood die steeds dichter bij ons komt.

Gerard sprak er nuchter over. Hij zat nog iedere dag in zijn studeerkamer waar alles piekfijn op orde en opgeruimd was. Beschouwde Verlicht geloof wel als zijn laatste boek, maar hield een slag om de arm. Over dood en sterven had hij lang nagedacht. Sterven hoort bij leven. Onvermijdelijk. Aftakeling, daar maakte hij zich meer zorgen over.

Gerard had altijd iets op het oog. Iets dat hij wilde uitzoeken. Een stelling, een probleem. Vaak iets sociologisch, zoals de vraag of de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt de zelfde ontwikkeling doormaken als de Gereformeerde Kerken waarvan zij zich in 1944 met veel lawaai en ruzie afscheidden. Alleen dan vijftig jaar later. Hij vond van wel en schreef er een boekje over. Hij hield van zijn vak, de godsdienstsociologie. Maar meer nog hield hij van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. En niet zonder reden. Bonhoeffer wees hem de weg om zijn geloof vast te houden. Om te blijven geloven. En Gerard zou Gerard niet zijn geweest als hij daar de buitenwereld niet over had verteld in het ene boek na het andere. Onderzoek alle dingen en wees trouw aan jezelf. Zo was Gerard. Ik zet hem bij op mijn eigen kerkhof. Bij al die andere doden die daar al liggen. Ook hem zal ik missen.

Jacobine op zondag – Hoe ga je verder na het overlijden van je kind?

Afgelopen zondag was Jan met het verhaal over Aartje op de televisie (17.10 NPO 2, Jacobine op zondag)

Door op de onderstaande link te klikken kan de uitzending worden bekeken.

https://npo.nl/KN_1693892

Verlicht geloven?

Is geloof nog iets voor deze tijd of is onze cultuur dermate veranderd, dat je niet meer tegelijk modern mens en gelovig kunt zijn? Gerard Dekker (emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit) is er helder over: de combinatie van modern mens en traditioneel geloof is niet langer mogelijk. Daar zijn een paar redenen voor. Dekker somt ze op.

  1. In het traditionele christelijk geloof boog de mens voor God, accepteerde dat de Kerk optrad als hoedster van Waarheid, en boog zich daarom in één adem door ook voor Paus of Synode. Voor dat buigen is de mens te autonoom geworden.
  2. Inhoudelijk ging geloven over eeuwige zaken. Over God, zijn Zoon, de hemel en, niet te vergeten, de zaligheid van de menselijke ziel. Het aardse leven was voorbereiding op een eeuwig bestaan in de hemel bij God. Intussen is de hemel verdampt en de mens, net als alles wat leeft op deze aarde, het (voorlopig) eindpunt van een alles bepalend evolutionair proces.
  3. In onze moderne cultuur draait het om praktisch handelen. Om wat je doet. Om leven en niet meer om leer. In de Kerk daarentegen ging het over eeuwige waarheden als Verkiezing, Verzoening of Voorzienigheid. Tegenwoordig is daar geen interesse meer voor. Ook in de Kerk niet. Ook in de Kerk gaat het in deze tijd om praktische zaken als homoseksualiteit, euthanasie of bewust omgaan met het milieu.

Als godsdienstsocioloog heeft Dekker deze ontwikkelingen in Kerk en cultuur zijn lange leven lang bestudeerd. Met als conclusie: wil een modern mens nog geloven, dan moet hij anders geloven. Hoe dat “anders” er uit ziet, leerde hij van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Bonhoeffer pleitte voor een geloof betrokken op praktisch handelen, geloven was voor hem gehoorzamen. Dekker noemt zulk geloof verlicht in een dubbele betekenis. Verlicht omdat dit geloof enerzijds de Verlichting in zich heeft opgenomen. Waarbij Verlichting staat voor menselijke autonomie en het verdampen van een God in de hemel die ons leven stuurt en leidt. Daardoor is dit geloof ook in een tweede, letterlijke betekenis verlicht, lichter geworden.

Verlicht geloof is gericht op onze alledaagse werkelijkheid. Verlichte gelovigen leven alsof er geen God bestaat. Geloven is voor hen handelen, doen, het doen van Gods wil. Ook de verlichte gelovige bidt en mediteert, maar hij doet dat om praktische redenen, om helder te krijgen wat God van hem wil. Zijn geloof verwijst hem naar de wereld en de naaste.
Daartegenover is het traditionele geloof “een zeker weten”. Lees de Heidelbergse Catechismus er maar op na. Natuurlijk moet dat ‘zeker weten’ ook volgens de Catechismus praktische consequenties hebben maar de nadruk ligt op het weten, het beamen. Bonhoeffer noemt zulk geloof “religie” en dat bedoelt hij niet gunstig. Religie staat voor rust, voor berusting. Het is risicovol, want het kan maken dat je weg kijkt bij onrecht, en vlucht in geborgenheid bij een God die voor je zorgt. Ook als de wereld in brand staat.
Bonhoeffer leefde in een tijd waarin dat laatste het geval was. De Nazi’s waren in zijn vaderland de baas. De verschrikkingen van hun regime vroegen om duidelijke keuzes. Wie de keus voor zich uit schoof en maar berustte, was zo maar meeloper of, ernstiger, medeplichtige. Geloven betekent in zo’n tijd praktische inzet, gehoorzamen. Als je je geloof serieus neemt tenminste. Bonhoeffer deed dat en heeft het met de dood moeten bekopen.

Intussen zijn we sinds zijn dood tweeënzeventig jaar verder en komt, met alle respect voor Bonhoeffer, de vraag op of deze praktische visie op geloof nog aansluit op deze tijd.
In Dekkers vakgebied, de godsdienstsociologie, is de laatste jaren een stoet van studies verschenen over het verschijnsel religie. Religie wordt er in beschreven als iets dat bij de mens hoort vanaf het allereerste begin van zijn bestaan. Onze vroegste voorouders, de nomadische jagers/verzamelaars hadden al goden. Maar na de overgang van die nomadische periode naar de periode van land- en stedenbouw bloeiden de religies pas echt op.
In onze streken, het Westen, ontwikkelde religie zich in leerstellige richting, werd steeds sterker een zaak van God en eeuwigheid. Het lijkt me onjuist, en ook te Westers centralistisch gedacht, om die Westerse manier van denken over religie te zien als hét model van religie. Religie is net zo divers als menselijke culturen divers zijn.
Ik, en van Dekker geldt hetzelfde, ben opgevoed in één strakke variant van de christelijke religie. In die variant lag de nadruk op het Wat van het geloven. Op inhoud en eeuwige Waarheid. Pas na het Wat kwam het Hoe, het doen. Het Wat is intussen goeddeels verdampt. Zo is het Hoe overgebleven en is geloven handelen geworden. Mij is dat te mager.

De laatste tijd besef ik steeds sterker dat ik ben blijven geloven omdat ik dat wil. Ik wil geloven. En met geloven bedoel ik iets ervaren van eeuwigheid. Dat kan op heel verschillende manieren. Bijvoorbeeld in een gedicht. Of in liefde die me geschonken wordt. Of ik ervaar iets van eeuwige welwillendheid als ik een wandel in een zomers bos.. Ik wil blijven geloven in een Kerk die ingebed is in een eeuwige traditie van liefde en zorg. In de symbolen van brood en wijn wil ik de paradox ervaren van Gods Zoon die sterft aan het kruis. Ik wil geloven dat die traditie na mij zal doorgaan zoals ze er voor mij was. Ik wil, nu ik ouder geworden ben, nadenken over al die ervaringen van eeuwigheid en me (jawel heel “religieus”) koesteren in de geborgenheid die deze me geven.

Waarschijnlijk ben ik te zeer een romanticus voor Dekkers geloof. Het is door en door fatsoenlijk, maar voor mij te koel. Misschien wel te helder. Geloven is voor mij een ervaring te midden van raadsels, vaak zelf een raadsel, een rimpeling, en veel te diffuus om te functioneren als uitgangspunt voor een handeling. Want schrijf je dan anderen de waarheid toch weer niet voor?

Gerard Dekker, Verlicht geloof. Geloven in de geest van Dietrich Bonhoeffer.
Uitgeverij Kok € 13, 50

Overbodig?

Ik verstond eerst niet goed wat ze zeiden. Was het nu GVPB of GVBP? Geen van tweeën, zei mijn buurman. Ze zeggen GVVP en dat staat voor Gemeentelijk Verkeers en Vervoers Plan. Wat willen we in de toekomst met verkeer en vervoer in ons dorp? Daar ging het de raadsleden om. Het schiet trouwens op met dat GVVP. De wethouder die er over gaat, mevrouw Boersen, komt binnenkort met een uitgewerkt plan en daar staat alles keurig in. Alles? Of toch niet?

Het was alsof de coalitiepartijen over dat “alles” hun twijfels hadden en hun eigen wethouder op de valreep nog wat wilden meegeven om, vanwege de urgentie, bij voorrang iets mee te doen. Vijf aandachtspunten. Vijf moties. Over een fietspad hier, schoolzones daar, oversteekplaatsen ginds en dertig kilometer zones bijna overal. Van de oppositie hoefde dat allemaal niet zo. Die wil eerst het GVVP afwachten en de wethouder nu niet voor de voeten lopen met in hun ogen overbodige moties.

Dat gaf een eigenaardige situatie. De eigen coalitiepartijen konden niet hardop zeggen dat ze vonden dat hun wethouder wel wat extra input kon gebruiken, terwijl ze die wel gaven.
De wethouder kon op haar beurt niet zeggen dat ze aan geen van die vijf moties behoefte had. Ze kwamen per slot van rekening van haar politieke vrienden. En de oppositie onderstreepte de overbodigheid van de moties door, tegen haar rol als oppositie in, haar vertrouwen in de wethouder en haar GVVP nog eens dik te onderstrepen. Politiek is altijd boeiend, ook al gaat het over fietspaden. De vijf moties werden trouwens allemaal aangenomen.

Waren ze overbodig? Nou, om één was ik in elk geval heel blij en dat was de motie om de Goyergracht Noord onverhard te laten en af te zien van de aanleg van een snelfietsroute. Ik ken het daar goed. Ik loop er vaak met mijn hond. De weg is recht en overzichtelijk en als de hond zich uit de voeten wil maken kan ik hem nog honderden meters volgen. Dat is handig. Maar dat niet alleen. Het is ook zo ongeveer de laatste plek in ons dorp waar al zeker sinds een halve eeuw, afgezien van een paar maneges, niets veranderd is. Zo, met zo’n onverharde weg, moet het vroeger overal geweest zijn. Daarbij komt, dat het zicht op de Sint Vitus van Cuijpers nergens mooier is dan vanaf de Goyergracht Noord. Vooral op zaterdagmiddag om tien voor vijf als de klokken luiden voor de Eucharistieviering die om vijf uur begint. Het gelui rolt over de velden. Het doet me inkeren in mijzelf. Dromerig onderga ik de sfeer en sluit het dorp in mijn hart. Op verkeer hoef ik niet te letten. De Goyergracht zit vol gaten. Auto’s gaan er stapvoets en houden in als ze langs een wandelaar te rijden. Zou dat straks allemaal voorbij zijn vanwege een permanent geëiste alertheid in verband met wielrenners en elektrisch aangedreven bejaarden die net iets te hard fietsen? Ik moet er niet aan denken en was blij met de motie. Overbodig of niet.

Hoe serieus wordt de burger genomen?

Voor de gemeente Blaricum zijn het spannende tijden. De Provincie Noord-Holland wil een bestuurlijke fusie (lees opheffen en samenvoegen) van Blaricum, Huizen en Laren (BHL). BHL wil zelfstandig blijven, ambtelijk nauwer samenwerken en wethouders die tegenover drie gemeenteraden verantwoordelijk zijn voor regionale onderwerpen.

Bij die reactie kun je een paar vragen stellen. Hoe stelt de BHL zich die ambtelijke samenwerking voor? Hoe kan in het huidige systeem één wethouder tegenover drie gemeenteraden verantwoordelijk zijn? Begrijpelijke vragen en terecht dan ook dat de Provincie de colleges van Burgemeesters en Wethouders van de BHL gevraagd heeft om nadere toelichting en onderbouwing. Veel tijd daarvoor hebben de colleges trouwens niet. Uiterlijk de eerste week van oktober moest het uitgewerkte voorstel bij de Provincie liggen. Waarom dat op zo’n korte termijn moet, is me trouwens een raadsel; de Provincie verwijst naar de termijn in de door haar gekozen arhi-procedure. Zoals we weten uit diverse sprookjes wordt een voorschrift (wie aanklopt bij het kasteel voor de hand van de schone prinses moet een onoplosbaar raadsel oplossen, anders gaat zijn kop er af) niet minder raadselachtig door verwijzing naar een raadselachtige procedure.

BVV’31

De burgemeesters van de BHL zijn keihard aan het werk en hebben de raadsleden voorafgaand aan de raadsvergadering van 26 september vertrouwelijk bijgepraat. Tijdens de Raadsvergadering zelf is over dit onderwerp met geen woord  esproken. Ik weet het want ik was er bij. Het was een hele zit die tot iets voor half twaalf duurde. Die lange duur werd veroorzaakt door het voortgaande gesteggel over de geheimhouding van een paar  tukken die helderheid zouden moeten verschaffen over mogelijke oneffenheden bij de aanbesteding van twee kunstgrasvelden en wat kleedkamers voor de Blaricumse Voetbalvereniging BVV’31.

Ik heb de stukken niet gezien. Ik heb er geen mening over. Wel verbaasde me de heftigheid van de emotie rond het onderwerp. Het moet de machtsvraag zijn, bedacht ik me toen ik tijdens de  Raadsvergadering al het heen en weer weer eens, want niet voor de eerste keer, aanhoorde. Uiteindelijk ging het bij de kunstgrasvelden om de vraag wie de baas is in het dorp. De Blaricummers die  elkaar informeel weten te vinden en in een mum van tijd een plan hebben voor het probleem van hun voetbalvereniging waar alle betrokkenen mee kunnen leven? Of ‘de anderen’ die, en ook weer niet ten onrechte, wijzen op Europese aanbestedingsregels en bestuurlijke transparantie en met wantrouwen vervuld kijken naar de pijlsnelle wijze waarop BVV’31 zijn problemen opgelost zag. Intussen is  de Raad (ook weer vertrouwelijk) helemaal bijgepraat en heeft in meerderheid besloten dat je verschillend kunt denken over de gekozen aanpak en dat de geheimhouding kan worden opgeheven.  Tijdens de Raadsvergadering kon je haast het gesis horen waarmee de lucht liep uit deze strak opgeblazen ballon.

Alles over een dorpsrel. Niets, zelfs niet in mededelende zin, over waar het echt om gaat: de bestuurlijke toekomst van ons dorp. Eerst was ik verbaasd, later iets van beledigd. Hoe serieus wordt de burger genomen?

« Oudere berichten

© 2018 Jan Greven

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: